Mijn foto

Laatste reacties

22-4-08

De Ark 5


De menselijke natuur van de Verlosser

 

Over Jezus zegt de Schrift, “Want wij hebben geen hogepriester, die niet kan medevoelen met onze zwakheden, maar een, die in alle dingen op gelijke wijze als wij is verzocht geweest, doch zonder te zondigen.” Heb 4:15 

Hoe worden wij verzocht?

Jakobus 1:14: “Maar zo vaak iemand verzocht wordt, komt dit voort uit de zuiging en verlokking zijner eigen begeerte. Daarna, als die begeerte bevrucht is, baart zij zonde; en als de zonde volgroeid is, brengt zij de dood voort.”

De verzoeking komt uit de zuiging van de begeerten van het zondig vlees.

Is dit op zich zonde? Nee!

“Het vlees op zich kan niet handelen tegen de wil van God.” (Adventist Home, p. 127)

Wanneer is er dan zonde? Wanneer de begeerte bevrucht wordt. Dat is wanneer de geest ingaat op de verzuchtingen van het vlees en kiest om eraan toe te geven. Dat deed Jezus nooit. Hij was zondeloos. Hij kruisigde het vlees. Hij nodigt ons uit Hem daarin te volgen wanneer Hij zegt: “Neem uw kruis op en volg mij.”

Indien Jezus op dezelfde wijze verzocht werd zoals wij, zoals geschreven staat in Hebr. 4:15, dan kan dat enkel als hij deelhad aan onze zondige natuur. Hij kwam in een vlees dat de gevolgen droeg van 4000 jaar zonde.

De brief aan de Hebreeën  toont ons een Hogepriester die de Goddelijke natuur heeft en onze menselijke natuur. Het is omwille van Zijn verdiensten in de menselijke natuur dat van Hem kan gezegd worden:

“Daar wij nu een grote hogepriester hebben, die de hemelen is doorgegaan, Jezus, de Zoon van God, laten wij aan die belijdenis vasthouden.

Want wij hebben geen hogepriester, die niet kan medevoelen met onze zwakheden, maar een, die in alle dingen op gelijke wijze als wij is verzocht geweest, doch zonder te zondigen.

Laten wij daarom met vrijmoedigheid toegaan tot de troon der genade, opdat wij barmhartigheid ontvangen en genade vinden om hulp te verkrijgen te gelegener tijd.” Hebr 4:14-16 

Hebr. 7:25 Daarom kan Hij ook volkomen behouden, wie door Hem tot God gaan, daar Hij altijd leeft om voor hen te pleiten.

Ps 24:8 Wie is toch de Koning der ere? De HERE, sterk en geweldig, de HERE, geweldig in de strijd.

“Geef hem de naam Jezus, want hij zal zijn volk bevrijden van hun zonden.” Matt 1:21

Indien Jezus niet volledig mens was geweest zou er voor ons geen volmaakt voorbeeld geweest zijn van een mens die met God overwon.

Maar nu kunnen we volkomen vertrouwen op Hem die zegt, overwin zoals ik overwonnen heb.

“Hij nam op zich de gevallen, lijdende menselijke natuur, ontaard en ontwijd door de zonde.” YI 12/20/1900

“Zoals Jezus was in het menselijk vlees zo wilt God dat zijn volgelingen zijn.” ST 4/01/97

21-4-08

De Ark 4


De menselijke natuur van de Verlosser

De waarheid over de natuur van Christus wordt betekenisvol wanneer wij die in verband brengen met onze eigen noden.

Deze noden worden uitgedrukt door Paulus:

Rom 7:15: Want ik weet, dat in mij, dat wil zeggen in mijn vlees, geen goed woont. Immers, het wensen is wel bij mij aanwezig, maar het goede uitwerken, kan ik niet. Want niet wat ik wens, het goede, doe ik, maar wat ik niet wens, het kwade, dat doe ik.

 

Hier is iemand die de wet van God kent. Over deze wet zegt hij dat ze heilig is, rechtvaardig en goed. (Rom 7:12) Maar hij heeft een enorm probleem: hij komt er niet toe naar deze wet te leven en zegt over zichzelf: “….“Ik, ellendig mens! Wie zal mij verlossen uit het lichaam dezes doods?” Rom 7:24


Daar wij allen met hetzelfde probleem zitten zijn we blij spoedig het antwoord te horen: “Gode zij dank door Jezus Christus (Rom 7:25)

 

Waarom kan Jezus ons Verlossen van de onmacht om te gehoorzamen aan de wet?

 

Johannes zegt over Jezus: “Het woord is vlees geworden.” Joh 1:14

 

Wat bedoelt Johannes met vlees?

 

Waarom deze vraag? Is daar een probleem?  

Jezus zegt: “Volg mij.” en Petrus voegt daaraan toe:

 “Want hiertoe zijt gij geroepen, daar ook Christus voor u geleden heeft en u een voorbeeld heeft nagelaten, opdat gij in zijn voetstappen zoudt treden.” 1Pe 2:21 
Jezus zegt verder: “Wie overwint, hem zal Ik geven met Mij te zitten op mijn troon, gelijk ook Ik heb overwonnen en gezeten ben met mijn Vader op zijn troon.” Opb 3:21 

 

Stel je voor dat Jezus zou gekomen zijn in het vlees van Adam voor de zondeval. Een vlees onaangetast door de zonde. Wat zouden we dan van bovenstaande woorden vinden. Zouden wij het eerlijk vinden dat iemand zou zeggen, “Overwin zoals ik overwonnen heb,” terwijl Zijn toestand veel beter was dan de onze. Want wij zeggen met Paulus, “Ik weet dat in mijn vlees geen goed woont.” We zouden zeer ontmoedigd zijn. 

 

Maar wat zegt de Bijbel over het vlees van Christus?

 

“God heeft, door zijn eigen Zoon te zenden in een vlees, aan dat der zonde gelijk, en wel om de zonde, de zonde veroordeeld in het vlees.” Rom 8: 3

 

Daar nu de kinderen aan bloed en vlees deel hebben, heeft ook Hij op gelijke wijze daaraan deel gekregen, opdat Hij door zijn dood hem, die de macht over de dood had, de duivel, zou onttronen,

en allen zou bevrijden, die gedurende hun ganse leven door angst voor de dood tot slavernij gedoemd waren.

Want over de engelen ontfermt Hij Zich niet, maar Hij ontfermt Zich over het nageslacht van Abraham.

 

Daarom moest Hij in alle opzichten aan zijn broeders gelijk worden, opdat Hij een barmhartig en getrouw hogepriester zou worden bij God, om de zonden van het volk te verzoenen.

Want doordat Hij zelf in verzoekingen geleden heeft, kan Hij hun, die verzocht worden, te hulp komen.” Hebr. 2:14-17

 

Wordt vervolgd

18-4-08

De ark 3


“Want de wet van de Geest des levens heeft u in Christus Jezus vrijgemaakt, van de wet der zonde en des doods. Want wat de wet niet vermocht, omdat zij zwak was door het vlees; God heeft, door zijn eigen Zoon te zenden in een vlees, aan dat der zonde gelijk, en wel om de zonde, de zonde veroordeeld in het vlees, opdat de eis der wet vervuld zou worden in ons, die niet naar het vlees wandelen, doch naar de Geest.” Rom 8:2-4

 

Wat betekent de menswording van Jezus voor ons?

 

Het antwoord wordt gegeven in de bovenstaande tekst, “opdat de eis der wet vervuld zou worden in ons, die niet naar het vlees wandelen, doch naar de Geest.”

(Een duidelijk bewijs dat de wet niet is afgeschaft want haar eis moet vervuld worden in ons.)

 

Wat is de eis der wet?

 

§ De dood van de overtreder. “Want het loon, dat de zonde geeft, is de dood” Rom 6:23

§ Gehoorzaamheid. Jak 2:10 “Want wie de gehele wet houdt, maar op een punt struikelt, is schuldig geworden aan alle geboden.”

 

Hoe voldoen zij die in Christus zijn aan deze eis?

De dood van de overtreder.

Jezus heeft het loon van de zonde voor ons allen betaald. “maar wij zien Jezus, die voor een korte tijd beneden de engelen gesteld was vanwege het lijden des doods, opdat Hij door de genade Gods voor een ieder de dood zou smaken.” Heb. 2:9.  Jezus betaalde onze schuld en kocht ons vrij van de vloek der wet.

Gehoorzaamheid

Door Zijn bemiddeling ontvangen wij Zijn Geest. In Hem hebben we overwinning over de zonde.

”Wandelt door de Geest en voldoet niet aan het begeren van het vlees.” Gal 5:16
”Maar de vrucht van de Geest is liefde, blijdschap, vrede, lankmoedigheid, vriendelijkheid, goedheid, trouw, zachtmoedigheid, zelfbeheersing. Tegen zodanige mensen is de wet niet.” Gal. 5:22, 23

 

Door de menswording van Christus werd de prijs betaald en de Geest geschonken door wie we elke verzoeking weerstaan om in gehoorzaamheid te wandelen. Zo wordt de eis der wet vervuld in iedereen die in Hem gelooft.

 

“Het menszijn van de Zoon van God betekent alles voor ons.” (Selected Messages, book 1, p. 244.)

17-4-08

De ark 2

 

Ro 6:15 “Wat dan? Zullen wij zondigen, omdat wij niet onder de wet, maar onder de genade zijn? Volstrekt niet!”

 

Nadat Jezus had getoond dat Gods gerechtigheid Zijn genade niet teniet deed, kwam Satan met een andere leugen, hij beweerde nu dat de dood van Christus de wet had afgeschaft.

Jezus echter was gekomen om de eis van de wet te vervullen in onze plaats. De wet eist de dood van de overtreder en Jezus heeft die dood voor ons allen ondergaan. Dit alleen al is het bewijs dat de wet niet kan afgeschaft worden. Bovendien betekent de afschaffing van de wet dat de zonde voor altijd onbestraft kan blijven bestaan. Waar geen wet is, is ook geen overtreding, alles kan. Niemand kan zich zo iets voorstellen!

“Vanaf het eerste moment dat de mens inging op de verzoekingen van de Satan en de dingen deed die God had verboden, stond Christus tussen de levenden en de dood zeggende, ‘Laat de straf op mij komen. Ik zal de plaats van de mens innemen. Hij zal een tweede kans krijgen.” (1BC 1085)

De offerdiensten verwezen vanaf het begin naar de belofte van Christus en door geloof in die belofte, geloof in het bloed van Christus werd de berouwvolle zondaar gered. Genade is er vanaf het begin geweest en door genade was er verlossing.

Toen Johannes de Doper naar de Messias wees en zei, “Zie het Lam Gods dat de zonden van de wereld wegneemt,” sprak hij niets nieuws. Er was nooit iets anders geweest dat van zonde verloste dan het Lam van God dat “voor de grondlegging der wereld gekend was.” 1 Petrus 1:20

Het enige wat het menselijke hart kan terugbrengen naar zijn oorspronkelijke relatie met God is de openbaring van Zijn liefde in Zijn offer voor ons.

“Niemand wordt gedwongen om op Christus te zien; maar de uitnodigende stem klinkt als een smachtende smeekbede, ‘Kijk en leef.’ Kijkende op Christus, zullen we zien dat Zijn liefde zonder weerga is, dat Hij de plaats van de schuldige zondaar heeft ingenomen, en hem Zijn vlekkeloze gerechtigheid heeft toegerekend. Wanneer de zondaar Zijn Verlosser ziet sterven op het kruis onder de vloek van de zonde in zijn plaats, Zijn vergevende liefde aanschouwend, wordt liefde opgewekt in het hart. De zondaar heeft Christus lief, omdat Christus hem eerst heeft liefgehad, en liefde is de vervulling van de wet. (Dit kan alleen waar zijn als de wet bestaat en geldig is) De berouwvolle ziel beseft dat God getrouw is en rechtvaardig om onze zonden te vergeven en ons te reinigen van alle ongerechtigheid.’

1 Johannes 1:9” (1 selected messages 374, 375)

De voorzieningen van Gods genade liggen klaar voor elke ziel die genoeg heeft van de zonde en verlangt naar verlossing. Deze voorzieningen genezen elke geestelijke ziekte en drijven al het kwaad uit ons hart. Dit is het geneesmiddel dat het evangelie brengt voor iedereen die erin gelooft.

16-4-08

De ark


“Zij moeten dan een ark van acaciahout maken, …In de ark zult gij de Getuigenis leggen, die Ik u geven zal. Ook zult gij een verzoendeksel van louter goud maken, …Gij zult het verzoendeksel bovenop de ark leggen en in de ark zult gij de getuigenis leggen, die Ik u geven zal. En Ik zal daar met u samenkomen en van het verzoendeksel af, tussen de beide cherubs op de ark der getuigenis, over alles met u spreken wat Ik u voor de Israëlieten gebieden zal.” Ex. 25:10-22

De ark bevond zich in de tweede ruimte van de tabernakel. In dit gedeelte van de tabernakel vond de dienst van verzoening en bemiddeling plaats. Het was de plaats die de hemel met de aarde verbond.

De wet van God die in de ark lag was de grote maatstaf van gerechtigheid en oordeel. Deze wet veroordeelde de overtreder ter dood. Boven de wet echter bevond zich de troon der genade waar Gods aanwezigheid werd geopenbaard en van waaruit, krachtens de verzoening, vergiffenis werd geschonken aan de berouwvolle zondaar. Dit alles staat symbool voor het werk van Christus. In Hem is het dat, “Goedertierenheid en trouw elkander ontmoeten,  gerechtigheid en vrede elkaar kussen.” Ps 85:10

 

De ark symboliseerde de meest belangrijke waarheid over God. De waarheid die Satan heeft willen teniet doen maar door Christus leven en werk werd bevestigd.

 

Bij de aanvang van de grote strijd, had Satan beweerd dat de wet van God niet kon gehoorzaamd worden, dat gerechtigheid tegenstrijdig was met barmhartigheid, en dat indien de wet werd overtreden het onmogelijk zou zijn voor de zondaar om vergeving te ontvangen. Satan drong erop aan dat elke zonde moest gestraft worden. Hij beweerde verder dat indien God de straf zou kwijtschelden Hij geen God van waarheid en gerechtigheid kon zijn. Toen de mens Gods wet overtrad en Zijn wil trotseerde, juichte de Satan. Daar was volgens hem het bewijs dat de wet niet kon gehoorzaamd worden; de mens kon niet vergeven worden. Omdat hij na zijn opstand uit de hemel was verbannen, eiste hij dat het menselijk ras nu ook voor altijd van Gods gunsten moest uitgesloten worden. Hij beweerde dat God niet rechtvaardig kon zijn en toch genade tonen voor de zondaar.

 

Had God geen barmhartigheid getoond voor de Satan dat deze zo over Hem dacht?

 

Zelfs als zondaar bevond de mens zich in een andere positie dan die van Satan. Lucifer had gezondigd in het volle licht van Gods heerlijkheid. Zoals aan geen enkel ander wezen was hem de liefde van God geopenbaard geweest. Terwijl hij Gods karakter kende en zijn goedheid aanschouwde, koos hij ervoor zijn eigen zelfzuchtige en onafhankelijke wil te volgen. Dit was een definitieve keuze. God kon niets meer doen om hem te redden. De mens echter werd misleid; zijn geest werd verduisterd door de drogredenen van Satan. De hoogte en diepte van Gods liefde kende hij nog niet. Voor hem was er hoop in een kennis van Gods liefde. Door het aanschouwen van zijn karakter kon hij nog terug tot God getrokken worden.

(zie Patriarchs and Prophets 348, 349 en Desire of Ages 761, 762)

 

Dit karakter werd geopenbaard in het leven van Christus.

Wanneer wij het aanschouwen kunnen we zeggen:

 “Want de liefde van Christus dringt ons, daar wij tot het inzicht gekomen zijn, dat een voor allen gestorven is. Dus zijn zij allen gestorven. En voor allen is Hij gestorven, opdat zij, die leven, niet meer voor zichzelf zouden leven, maar voor Hem, die voor hen gestorven is en opgewekt.” 2 Cor 5:14, 15

15-4-08

Wierook 2


Nu 26:61 “En Nadab en Abihu stierven, toen zij vreemd vuur voor het aangezicht des HEREN brachten.”

 

Het vuur dat ze zelf gemaakt hadden, naar hun eigen inzicht, gebruikten ze om reukwerk aan te steken. Het reukwerk is een symbool van de gebeden van de gelovigen.

Welk vuur doet de gebeden van de gelovigen opgaan tot God?

Ro 8:26 “En evenzo komt de Geest onze zwakheid te hulp; want wij weten niet wat wij bidden zullen naar behoren, maar de Geest zelf pleit voor ons met onuitsprekelijke verzuchtingen.” De Geest is het vuur die onze gebeden doet opgaan.

Het is de Geest van Christus die het gebed inspireert en aanvaardbaar maakt voor God. Hij weet precies wat we nodig hebben, hij weet wat de dag zal brengen en wat de kracht moet zijn om in alle uitdagingen van het leven te spreken en te handelen naar Zijn wil.

Alles wat we doen uit onszelf is vreemd vuur. Vele gebeden zijn zelfzuchtig en houden geen verband met dat wat God in ons persoonlijk leven wil bewerkstelligen. Gebeden zijn geen middel om gered te worden of om bij God in de gunst te staan.
Laat ons voor het gebed dan nederig tot de Here komen en ons hart openen voor de indrukken van Zijn Geest zodat het gebed zou zijn naar Zijn wil en tot kracht en zegen voor ons eigen leven. Laat het gebed eerst een luisteren zijn naar Hem die weet wat goed is voor ons.

Jezus gaf ons hierin een voorbeeld:

“Hij wekt elke morgen, Hij wekt mij het oor, opdat ik hore zoals leerlingen doen. De Here Here heeft mij het oor geopend en ik ben niet weerspannig geweest, ik ben niet teruggedeinsd.” Jesaja 50:4-5

“Wie onder u vreest de HERE, wie hoort naar de stem van zijn knecht? Wanneer hij in diepe duisternis wandelt, van licht beroofd, vertrouwe hij op de naam des HEREN en steune op zijn God.

Zie, gij allen die vuur ontsteekt, u met brandpijlen uitrust, gaat in de vlam van uw eigen vuur en onder de brandpijlen die gij aangestoken hebt. Van mijn hand overkomt u dit, in pijn zult gij neerliggen.

Hoort naar Mij, gij die de gerechtigheid najaagt, gij die de HERE zoekt. Jesaja 50:10-11; 51:1.

Hij van wie het gebed is ontstoken door het vuur van de Geest zal door de genade van Christus geleid worden.

“De genade van Christus beheerst onze stemming en onze manier van spreken. De werking van Zijn genade zal gezien worden in beleefdheid en een liefhebbende aandacht voor elkaar, in vriendelijke en bemoedigende woorden… Het leven verspreid een zoete geur, die tot God opstijgt als heilig reukwerk. Liefde wordt geopenbaard in vriendelijkheid, hoffelijkheid, verdraagzaamheid, en lankmoedigheid (verdragen tot lijdens toe).” (COL 102)

 

14-4-08

De wierook


Gij zult een altaar, een offerplaats voor reukwerk, maken Gij zult het zetten voor het voorhangsel, dat voor de ark der getuigenis is voor het verzoendeksel, dat boven de getuigenis is, waar Ik met u zal samenkomen. Aaron nu zal daarop welriekend reukwerk in rook doen opgaan. Ex. 30:1, 6, 7

 

De tekst zegt verder dat Aaron dit elke morgen en elke avond deed. Dat zijn de tijden waarop Gods volk zich tot Hem wendt in gebed. Maar hij die van zichzelf weet wat hij is, een zondaar en God onwaardig, weet dat zijn gebeden, hoe oprecht ook, voor God onaanvaardbaar zijn. Hij ziet echter in geloof op zijn Middelaar Jezus Christus en weet dat deze het gebed voor de Vader brengt en het aanbied op grond van Zijn verdiensten en Zijn volmaakte gerechtigheid. Door Zijn bemiddeling brengt Hij het gebed voor God als Zijn eigen gebed.

 

“Want er is een God en ook een middelaar tussen God en mensen, de mens Christus Jezus, die Zich gegeven heeft tot een losprijs voor allen.” “Daarom kan Hij ook volkomen behouden, wie door Hem tot God gaan, daar Hij altijd leeft om voor hen te pleiten.” 1 Tim. 2:5; Heb 7:25 

 

Sommige mensen zondigen en denken dat ze eerst een tijd goed moeten zijn om zichzelf aanvaardbaar te maken voor God. Dat zij toch konden geloven in de verdiensten van de Verlosser en zich onmiddellijk aan Zijn voeten werpen in het besef van hun onmacht om ook maar enigszins aanvaardbaar voor God te komen. Jezus wil niet dat wij wachten, dat maakt de zaak alleen maar erger.

 

“Wanneer wij tot God komen, vertrouwend op de verdiensten van de Verlosser, neemt Christus ons dicht aan Zijn zijde, omsluit ons met Zijn menselijke arm, en grijpt de troon van de Eeuwige met Zijn goddelijke arm. Hij legt Zijn verdiensten, als zoete wierook, in het wierookvat in onze handen, om ons te bemoedigen in ons gebed. Hij belooft te horen en ons smeken te beantwoorden.” Testimonies 8, p. 178

 

Heb je gezondigd, heeft de zonde jou in haar greep? Ga dan nu tot Jezus, wacht niet langer en werp je in Zijn armen. Vertrouw op Zijn verdiensten en Zijn krachtige bemiddeling. Belijd je zonden en grijp in geloof Zijn beloften van  

   

bevrijding en overwinning.

11-4-08

De toonbroden 3

 

maar u wilt dat waarheid mij vervult,

u leert mij wijsheid, diep in mijn hart.” Psalm 51;6

 

De enige plaats waar waarheid een verlossende invloed kan hebben op ons leven is diep in het hart. Het hart waarover de Psalmist spreekt is niet het kloppend hart maar de zetel van onze gedachten van waaruit onze woorden en handelingen voorkomen.

Indien de waarheid geen werkelijke verandering in ons leven bewerkt dan hebben we haar geen toegang gegeven tot het binnenste heiligdom, het diepste van ons denken.

 

Ro 12:2 En wordt niet gelijkvormig aan deze wereld, maar wordt hervormd door de vernieuwing van uw denken, opdat gij moogt erkennen wat de wil van God is, het goede, welgevallige en volkomene.

 

Christus in ons leven laten betekent de waarheid toelaten tot het diepste van ons wezen zodat ons denken wordt hervormd. Is het denken hervormd dan worden ook de gedachten en handelingen hervormd en het karakter wordt gelijkvormig aan dat van Jezus.

 

“Wanneer de mens zich geheel aan God onderwerpt, het brood des levens eet, en het water der verlossing drinkt, zal hij opgroeien in de Heer.” (5BC 1135)

 

“Zoals de Zoon van God leefde door het geloof in Zijn Vader, zo moeten ook wij leven door het geloof in Christus. Jezus was zo volkomen overgegeven aan de wil van God dat alleen de Vader in Zijn leven te zien was. Hoewel Hij in alles verzocht is geweest zoals wij verzocht worden, stond Hij in de wereld onbesmet door het kwaad dat Hem omringde. Het is zo dat wij moeten overwinnen zoals Christus overwonnen heeft.” (Desire of Ages, p. 389)

10-4-08

De toonbroden 2


 Niemand wordt gevoed door het brood dat een ander eet. Zo moet iedereen voor zichzelf het brood des levens eten.

 

“Gelijk de levende Vader Mij gezonden heeft en Ik leef door de Vader, zo zal ook hij, die Mij eet, leven door Mij.” Joh. 6:57

 

In elk woord en elke belofte van God is de kracht en het leven waardoor dat woord tot stand brengt wat het zegt in hem die dat woord tot zich neemt. De kracht en het leven van dat woord is rijkelijk geïllustreerd op de eerste bladzijde van de Schrift. Dit woord is niet veranderd, het schept in degene die het ontvangt het leven en het karakter van God!

 

“De Geest is het, die levend maakt, het vlees doet geen nut; de woorden, die Ik tot u gesproken heb, zijn geest en zijn leven.” Joh 6:63

 

Het woord vernietigt en bouwt op. Het vernietigt de zondige natuur en bouwt ons op naar het beeld van Jezus. Het vernietigt haat en bitterheid en bouwt ons op tot liefdevolle onzelfzuchtige kinderen van God. Dat wonder gebeurt in hen die leven door elk woord dat God heeft gesproken, die het brood eten dat uit de hemel is nedergedaald.

 

Wanneer wij ons dagelijks voeden met het woord zullen we kunnen zeggen: “Niet ik, maar Christus leeft in mij.” De mensen die we ontmoeten zullen iets zien van de sympathie, tederheid en liefde van God.

 

Leeft de Verlosser door Zijn woord in ons? Het is ons voorrecht om een levende, bij ons zijnde Verlosser te hebben. Hij is de bron van de geestelijke kracht die in ons werkt, en Zijn invloed zal tot uiting komen in de woorden en de daden waardoor allen die in onze nabijheid vertoeven, verfrist worden en het verlangen krijgen naar dezelfde kracht en zuiverheid, heiligheid, vrede en vreugde die zij in ons zien.

“Dit is het resultaat van een inwonende verlosser.” (Testimonies to Ministers)

 

9-4-08

De toonbroden

 

 

“Gij zult een tafel van acaciahout maken…En gij zult op de tafel geregeld toonbrood leggen voor mijn aangezicht.” Ex. 25:23-30

 

Voor ons dagelijks lichamelijk en geestelijk voedsel zijn wij afhankelijk van de Here. Deze afhankelijkheid werd gesymboliseerd door de toonbroden.

 

Ps 145:16 Gij doet uw hand open en verzadigt met welbehagen al wat leeft.

 

Alles wat van God is, komt tot de mens door het middelaarschap van Jezus Christus die pleit op grond van het bloed dat Hij voor ons heeft vergoten. Elk stukje brood dat wij eten is gekocht met het bloed van het Lam. Alles wat is, is aan Hem te danken.

 

“Dankt te allen tijde in de naam van onze Here Jezus Christus God, de Vader, voor alles.” Ef 5:20

 

We kennen allemaal de uitspraak, “Je bent wat je eet.” De kwaliteit van onze gezondheid is afhankelijk van de kwaliteit van ons voedsel. Zo is het ook met onze geestelijke gezondheid. Maar welke kwaliteit heeft het voedsel dat God ons daar aanbiedt!

 

“Ik ben het levende brood, dat uit de hemel nedergedaald is. Indien iemand van dit brood eet, hij zal in eeuwigheid leven; en het brood, dat Ik geven zal, is mijn vlees, voor het leven der wereld.” Joh 6:51

 

Hoe kunnen wij Christus eten? Hij is het woord en wij kunnen ons voeden met het woord door het dagelijks tot ons te nemen wanneer wij ons in gebed en onder de leiding van Zijn geest tot de Schrift wenden. Door dat woord te geloven en in ons hart te bergen worden wij deelachtig aan het leven van Jezus.

 

“Want mijn vlees is ware spijs en mijn bloed is ware drank.

Wie mijn vlees eet en mijn bloed drinkt, blijft in Mij en Ik in hem.” Joh. 6:53-56