De Ark 4
De menselijke natuur van de Verlosser
De waarheid over de natuur van Christus wordt betekenisvol wanneer wij die in verband brengen met onze eigen noden.
Deze noden worden uitgedrukt door Paulus:
Rom 7:15: Want ik weet, dat in mij, dat wil zeggen in mijn vlees, geen goed woont. Immers, het wensen is wel bij mij aanwezig, maar het goede uitwerken, kan ik niet. Want niet wat ik wens, het goede, doe ik, maar wat ik niet wens, het kwade, dat doe ik.
Hier is iemand die de wet van God kent. Over deze wet zegt hij dat ze heilig is, rechtvaardig en goed. (Rom 7:12) Maar hij heeft een enorm probleem: hij komt er niet toe naar deze wet te leven en zegt over zichzelf: “….“Ik, ellendig mens! Wie zal mij verlossen uit het lichaam dezes doods?” Rom 7:24
Daar wij allen met hetzelfde probleem zitten zijn we blij spoedig het antwoord
te horen: “Gode zij dank door Jezus Christus (Rom 7:25)
Waarom kan Jezus ons Verlossen van de onmacht om te gehoorzamen aan de wet?
Johannes zegt over Jezus: “Het woord is vlees geworden.” Joh 1:14
Wat bedoelt Johannes met vlees?
Waarom deze vraag? Is daar een probleem?
Jezus zegt: “Volg mij.” en Petrus voegt daaraan toe:
“Want
hiertoe zijt gij geroepen, daar ook Christus voor u geleden heeft en u een
voorbeeld heeft nagelaten, opdat gij in zijn voetstappen zoudt treden.” 1Pe
2:21
Jezus zegt verder: “Wie overwint, hem zal Ik geven met Mij te zitten op mijn
troon, gelijk ook Ik heb overwonnen en gezeten ben met mijn Vader op zijn troon.”
Opb 3:21
Stel je voor dat Jezus zou gekomen zijn in het vlees van Adam voor de zondeval. Een vlees onaangetast door de zonde. Wat zouden we dan van bovenstaande woorden vinden. Zouden wij het eerlijk vinden dat iemand zou zeggen, “Overwin zoals ik overwonnen heb,” terwijl Zijn toestand veel beter was dan de onze. Want wij zeggen met Paulus, “Ik weet dat in mijn vlees geen goed woont.” We zouden zeer ontmoedigd zijn.
Maar wat zegt de Bijbel over het vlees van Christus?
“God heeft, door zijn eigen Zoon te zenden in een vlees, aan dat der zonde gelijk, en wel om de zonde, de zonde veroordeeld in het vlees.” Rom 8: 3
Daar nu de kinderen aan bloed en vlees deel hebben, heeft ook Hij op gelijke wijze daaraan deel gekregen, opdat Hij door zijn dood hem, die de macht over de dood had, de duivel, zou onttronen,
en allen zou bevrijden, die gedurende hun ganse leven door angst voor de dood tot slavernij gedoemd waren.
Want over de engelen ontfermt Hij Zich niet, maar Hij ontfermt Zich over het nageslacht van Abraham.
Daarom moest Hij in alle opzichten aan zijn broeders gelijk worden, opdat Hij een barmhartig en getrouw hogepriester zou worden bij God, om de zonden van het volk te verzoenen.
Want doordat Hij zelf in verzoekingen geleden heeft, kan Hij hun, die verzocht worden, te hulp komen.” Hebr. 2:14-17
Wordt vervolgd




Laatste reacties