Immers: ‘Nog een heel korte tijd, dan komt hij die komen zal, hij blijft niet lang meer weg, en dan zullen mijn rechtvaardigen leven door hun geloof,’ maar ook: ‘Wie terugdeinst ben ik niet langer welgezind.’ Hebr. 10:37, 38
Medepelgrim, we bevinden ons nog steeds te midden van de schaduwen en het tumult van het aardse gebeuren; maar spoedig zal onze Verlosser verschijnen om verlossing en rust te brengen. Laat ons in geloof zien op het gezegende hiernamaals, zoals God dit voor ons heeft beschreven. Hij die stierf voor de zonden van de wereld, zet de poorten van het Paradijs wijd open voor allen die in Hem geloven. Weldra zal de strijd gestreden zijn, en de overwinning behaald. Weldra zullen we Hem zien op wie onze hoop voor het eeuwige leven is gesteld. En in Zijn aanwezigheid verdwijnen de beproevingen en het lijden van dit leven in het niet. "Aan de vorige dingen zal niet meer gedacht worden, ze zullen niet meer opkomen in het hart" (Jesaja 65:17). "Werp dan uw vrijmoedigheid niet weg, die een grote beloning met zich meebrengt. Want u hebt volharding nodig, opdat u, na het volbrengen van de wil van God, de vervulling van de belofte zult verkrijgen. Want: Nog een heel korte tijd en Hij Die komt, zal komen en niet uitblijven" (Hebr. 10:35-37)....
Zie omhoog, zie omhoog, en laat uw geloof steeds toenemen. Laat dit geloof u leiden langs het smalle pad dat ons tot de poorten van de stad brengt in de grote eeuwigheid, de uitgestrekte, onbegrensde toekomst van heerlijkheid die voor de verlosten is weggelegd. "Wees daarom geduldig, broeders, tot de komst van de Heere. Zie, de landbouwer verwacht de kostbare vrucht van het land, en heeft daarbij geduld, totdat het de vroege en late regen zal hebben ontvangen. U moet ook geduldig zijn en uw hart versterken, want de komst van de Heere is nabij" (Jakobus 5:7, 8).
De volkeren van de verlosten zullen geen andere wet kennen dan de wet van de hemel. Allen zullen verenigd zijn in een gelukkige familie, gekleed met de klederen van lof en dankzegging. Over dit schouwspel zullen de morgensterren samen zingen, en de zonen Gods zullen in vreugde jubelen, terwijl God en Christus samen zullen verkondigen dat er nooit geen zonde meer zal zijn, en nooit geen dood meer.
The Review and Herald, July 1, 1915.
This devotional is taken from Ye Shall Receive Power by Ellen G. White.



Reacties