Want, zo getuig ik, zij gaven naar vermogen, ja, boven vermogen, en uit eigen beweging; en zij smeekten ons met veel aandrang dat wij hun genadegave en aandeel in het dienstbetoon aan de heiligen zouden aannemen. 2 Korintiërs 8:3, 4.
Sinds de dood van Christus nam de verspreiding van het evangelie steeds toe en er waren steeds meer middelen nodig om de strijd te kunnen voeren. De getrouwheid in het geven van gaven was nog meer noodzakelijk dan onder het Hebreeuwse bestuur. Ook nu eist God geen vermindering maar een toename van gaven en dit meer dan ooit. Het beginsel dat Christus leerde zegt ons dat de gaven en offers in verhouding moeten zijn met het licht en de zegeningen die men geniet. Hij heeft gezegd, "En van ieder aan wie veel gegeven is, zal veel teruggevraagd worden" (Lukas 12:48).
De zegeningen van het Christelijke tijdperk werden door de eerste discipelen beantwoord met werken van liefdadigheid en vrijgevigheid. De uitstorting van de Geest van God, nadat Christus ten hemel was opgevaren, leidde tot zelfverloochening, en zelfopoffering voor de redding van andere zielen. Wanneer de arme gelovigen van Jeruzalem in nood waren, schreef Paulus tot de Christenen uit de heidenen betreffende de vrijgevigheid, " Zo dan, zoals u in alles overvloedig bent, in geloof, en in woord, en in kennis, en met alle inzet, en in uw liefde tot ons, wees zo ook in deze genadegave overvloedig" (2 Korintiërs 8:7). Hier wordt vrijgevigheid op gelijke hoogte met geloof, liefde en Christelijke ijver gesteld.
Zij die denken goede Christenen te kunnen zijn, en hun oren en harten sluiten voor Gods oproep tot edelmoedigheid, laten zich vreselijk misleiden. Er zijn er die wat hun belijdenis betreft overvloeien van grote liefde voor de waarheid, en in zoverre het op woorden aankomt, belang stellen in de vooruitgang van de waarheid, maar in wezen niets verrichten om de verspreiding ervan te bevorderen. Zij hebben een dood geloof, dat niet vervolmaakt wordt door werken. De Here heeft nog nooit de fout begaan om een ziel te bekeren en deze ziel onder de macht van de begeerte te laten.
The Review and Herald, August 25, 1874.
This devotional is taken from Ye Shall Receive Power by Ellen G. White.



Reacties