En zij bleven dagelijks eensgezind in de tempel bijeenkomen, en terwijl zij van huis tot huis brood braken, namen zij gezamenlijk voedsel tot zich, met vreugde en in eenvoud van hart; en zij loofden God en vonden genade bij heel het volk. En de Heere voegde dagelijks mensen die zalig werden, aan de gemeente toe. Handelingen 2:46, 47.
Ieder oprecht bekeerde ziel zal intens verlangen om anderen uit de duisternis van dwaling te brengen in het prachtige licht van de gerechtigheid van Jezus Christus. De grote uitstorting van de Gods Geest, die de hele aarde zal verlichten met Zijn heerlijkheid, zal niet komen totdat er een verlicht volk is, dat ervaren heeft wat het betekent om ‘samen te werken’ met God. Wanneer we ons volledig en hartgrondig aan de dienst van Christus toegewijd hebben, zal God dit feit erkennen door Zijn Geest mateloos uit te storten. Dit zal echter niet plaatsvinden zolang het grootste deel van de kerk geen ‘samen-werkers’ zijn met God. God kan Zijn Geest niet uitstorten wanneer egoïsme en genotzucht zo duidelijk aanwezig zijn; wanneer een geest regeert die (als men het onder woorden zou brengen) uiting zou geven van het antwoord van Kaïn: "Ben ik de hoeder van mijn broer?" (Genesis 4:9).
Als de waarheid voor deze tijd, als de steeds duidelijker wordende tekenen, die getuigen dat het einde van alle dingen nabij is, niet voldoende zijn om de slapende energie van hen die beweren de waarheid te weten, op te wekken, dan zal een duisternis (evenredig aan het licht dat er was) deze zielen overvallen. Er is niets wat ook zelfs maar op een excuus lijkt voor hun onverschilligheid, dat ze aan God kunnen voorleggen, op de grote dag van de definitieve afrekening. Er zal geen reden kunnen gegeven worden waarom zij niet leefden, wandelden en werkten in het licht van de heilige waarheid van Gods Woord. Zo zouden ze immers aan een door zonde verduisterend wereld, door hun gedrag, hun sympathie en hun ijver, getoond hebben dat de kracht en werkelijkheid van het evangelie onomstreden is.
Het zijn niet enkel de predikanten, maar de leken, die niet met al het mogelijke bijdragen om mensen te overtuigen (door de leer en door een voorbeeld te zijn) om Christus’ reddende genade te aanvaarden. Bekwaam en tactvol, met wijsheid die van boven ontvangen wordt, zouden ze de mensen moeten overtuigen om het oog te richten op het Lam van God, dat de zonden van de wereld wegneemt.
The Review and Herald, July 21, 1896.
This devotional is taken from Ye Shall Receive Power by Ellen G. White.



Reacties