Maar richt u op en sta op uw voeten, want hiertoe ben Ik aan u verschenen: om u aan te stellen als dienaar en getuige zowel van de dingen die u gezien hebt als van die waarin Ik nog aan u verschijnen zal. Handelingen 26:16
De plechtige opdracht die Paulus werd gegeven tijdens zijn gesprek met Ananias rustte met toenemend gewicht op zijn hart. Wanneer in antwoord op de uitnodiging "Saul, broeder, wordt weer ziende," Paulus voor de eerste maal het gezicht van deze godsvruchtige man aanschouwde, sprak Ananias onder de inspiratie van de Heilige Geest tot hem: "De God van onze vaderen heeft u voorbestemd om Zijn wil te kennen en de Rechtvaardige te zien en de stem uit Zijn mond te horen, want u moet voor Hem bij alle mensen getuige zijn van wat u hebt gezien en gehoord. En nu, waarom aarzelt u? Sta op, laat u dopen en uw zonden afwassen onder aanroeping van de Naam van de Heere" (Handelingen 22:13-16).
Deze woorden waren in harmonie met de woorden die Jezus zelf gesproken had toen Hij Paulus op zijn reis naar Damascus tegen hield en zei: "Maar richt u op en sta op uw voeten, want hiertoe ben Ik aan u verschenen: om u aan te stellen als dienaar en getuige zowel van de dingen die u gezien hebt als van die waarin Ik nog aan u verschijnen zal; en Ik zal u verlossen van dit volk en van de heidenen, naar wie Ik u nu zend, om hun ogen te openen en hen te bekeren van de duisternis tot het licht en van de macht van de satan tot God, opdat zij vergeving van de zonden ontvangen en een erfdeel onder de geheiligden door het geloof in Mij" (Handelingen 26:16-18).
Bij het overwegen van al deze zaken in zijn hart, begon Paulus steeds meer te begrijpen wat de betekenis van zijn roeping was om "een apostel van Jezus Christus door de wil van God," (Ef 1:1) te zijn. Zijn roeping was gekomen "niet vanwege mensen, ook niet door een mens, maar door Jezus Christus en God de Vader" (Galaten 1:1). Het grootse werk dat hij voor zich zag liggen, leidde hem ertoe de Heilige Schriften grondig te bestuderen, zodat hij het evangelie zou kunnen prediken "niet met wijsheid van woorden, opdat het kruis van Christus zijn inhoud niet verliest" (1 Korintiërs 1:17), "maar in het betonen van geest en kracht, opdat uw geloof niet zou bestaan in wijsheid van mensen, maar in kracht van God" (1 Korintiërs 2:4, 5).
The Review and Herald, March 30, 1911.
This devotional is taken from Ye Shall Receive Power by Ellen G. White.



Reacties