En er was in Joppe een zekere discipelin van wie de naam Tabitha was, wat vertaald Dorkas betekent. Deze was overvloedig in goede werken, en in liefdegaven die zij schonk. Handelingen 9:36
Te Joppa, niet ver van Lydda, leefde een vrouw genaamd Dorcas. Haar goede daden hadden haar zeer geliefd gemaakt.... Haar leven was vervuld met goede daden. Haar handige vingers waren bedrijviger dan haar tong. Ze wist wie nood had aan comfortabele kledij en wie nood had aan sympathie, en ze stelde zich vrijwillige ten dienste van de armen en bedroefden.
"En het gebeurde in die dagen dat zij ziek werd en stierf" (Handelingen 9:37). De gemeente te Joppe werd getroffen door haar heengaan. Gezien haar leven van dienstbaarheid is het begrijpelijk dat ze treurden en dat warme tranen neervielen op de levensloze klei.
Toen ze hoorden dat Petrus te Lydda verbleef, stuurden ze boodschappers tot hem, "die smeekten dat hij zonder uitstel naar hen toe zou komen" (vers 38).
"En Petrus stond op en ging met hen mee; en toen hij daar gekomen was, brachten zij hem in de bovenzaal. En alle weduwen stonden bij hem, terwijl zij huilden en de onder- en bovenkleding toonden die Dorkas gemaakt had toen zij nog bij hen was" (vers 39).
Petrus vroeg aan de wenende vrienden om de kamer te verlaten, knielde daarna neer, en bad vurig tot God om Dorkas terug tot leven en gezondheid te wekken. Zich tot het lichaam kerende zei hij, "Tabitha, sta op! En zij deed haar ogen open en zodra zij Petrus zag, ging zij overeind zitten" (vers 40).
Dorkas deed een groot dienstwerk voor de gemeente, en de Here vond het geschikt om haar terug te halen uit het land van de vijand, zodat haar bekwaamheid en kracht een blijvend zegen zou zijn voor anderen, en dat door deze manifestatie van Zijn kracht, de zaak van Christus gesterkt zou worden.
The Review and Herald, April 6, 1911.
This devotional is taken from Ye Shall Receive Power by Ellen G. White.



Reacties