En de apostelen legden met grote kracht getuigenis af van de opstanding van de Heere Jezus; en er was grote genade over hen allen. Handelingen 4:33
Na de kruisiging van Christus waren de discipelen een hulpeloos en ontmoedigd gezelschap -als schapen zonder herder. Men had hun Meester verworpen, veroordeeld en aan het schandelijk kruis genageld. Spottend hadden de Joodse priesters en oversten gezegd: “Anderen heeft Hij verlost, Zichzelf kan Hij niet verlossen. Als Hij de Koning van Israël is, laat Hij nu van het kruis afkomen en wij zullen Hem geloven” (Matteüs 27:42).
Maar het kruis, dat tuig van schande en marteling, bracht hoop en redding voor de wereld. De discipelen herstelden zich; hun wanhoop en hulpeloosheid verdween. Zij werden in hun karakter veranderd, en verenigd in de banden van Christelijke liefde. Zij waren maar nederige mannen, zonder rijkdom, enkel gewapend met het Woord en de Geest van God, in de ogen van de Joden gewone vissers. Zij gingen echter uit in de kracht van Christus om te getuigen van de waarheid en alle tegenstand te overwinnen. Gekleed met de goddelijke wapenrusting, gingen zij uit om het wonderlijk verhaal te vertellen van de kribbe en het kruis. Zonder aardse roem of erkenning waren zij helden van het geloof. Hun lippen spraken woorden van goddelijke welsprekendheid die de wereld ondersteboven keerde.
Zij die de Verlosser verworpen en gekruisigd hadden, verwachtten bij de discipelen ontmoediging, beschaamdheid en bereidheid om hun Here te verloochenen. Met verbazing aanhoorden zij de duidelijke, vrijmoedige getuigenis van de apostelen gegeven onder de kracht van de Heilige Geest. De discipelen werkten en spraken zoals hun Meester had gewerkt en gesproken, en allen die hen hoorden zeiden, “Zij zijn met Jezus geweest en hebben van Hem geleerd.”
Toen de apostelen uitgingen en over Jezus predikten waren er vele zaken die de Joodse oversten niet goedkeurden. De mensen brachten hun zieken en zij die door onreine geesten werden geplaagd in de straten ; menigten verzamelden zich rondom hen, en zij die genezen werden prijsden de Heer, en verheerlijkten de naam van Hem die de Joden hadden veroordeeld, met doornen gekroond, gegeseld en gekruisigd hadden.
The Signs of the Times, September 20, 1899.



Reacties