Laat niemand u minachten vanwege uw jeugdige leeftijd, maar wees een voorbeeld voor de gelovigen in woord, in wandel, in liefde, in geest, in geloof en in reinheid. Blijf bezig met het voorlezen, met het vermanen, met het onderwijzen, totdat ik kom. Veronachtzaam de genadegave niet die in u is en die u gegeven is door profetie, met handoplegging door de raad van ouderlingen. 1 Timoteüs 4:12-14
Elke jongeling moet zichzelf beschouwen als van grote waarde voor God, omdat hem de meest kostbare gave werd toevertrouwd. Het is zijn voorrecht een levend kanaal te zijn, door dewelke God de schatten van Zijn genade kan laten bekend worden, de "onnaspeurlijke rijkdom van Christus" (Ef. 3:8).
Het kan zijn dat onze zonden als bergen voor ons staan, maar wanneer wij onze harten voor Hem vernederen in belijdenis van onze zonden, vertrouwend op de verdiensten van een gekruisigde en verrezen Verlosser, zullen we vergeven worden en gereinigd van alle ongerechtigheid. De diepte van de liefde van de Verlosser wordt geopenbaard in onze redding. Indien wij deze redding willen aannemen, zal onze getuigenis zijn, "In Hem hebben wij de verlossing, door Zijn bloed (Ef. 1:7). De wet van de Geest van het leven in Christus Jezus heeft mij vrijgemaakt van de wet van de zonde en van de dood (Rom 8:2). In dit alles zijn wij meer dan overwinnaars door Hem Die ons heeft liefgehad" (Rom 8:37).
Het is hier op deze wereld dat onze talenten moeten gebruikt worden. We moeten zielen brengen naar "het Lam van God dat de zonden van de wereld wegneemt" (Johannes 1:29). Het is ons werk en het zou ook onze vreugde moeten zijn, om in ons leven anderen kennis te laten maken met de onnaspeurlijke rijkdom van Christus. Elke dag kunnen we vooruitgang boeken op het pad van de heiligheid, en steeds grotere hoogten vinden om te beklimmen; maar elke inspanning van de geestelijke spieren, elke belasting van het hart en de hersenen zullen aan het licht brengen dat er een overvloed aan genadelijke voorzieningen bestaat die we nodig hebben wanneer we voorwaarts gaan. Hoe meer aandacht we geven aan geestelijke zaken, hoe meer we de verdiensten van het offer van de Verlosser zullen tonen, de bescherming van Zijn gerechtigheid, de volheid van Zijn wijsheid, en Zijn kracht om ons voor de Vader te brengen zonder vlek of rimpel of iets dergelijks. (Ef. 5:27).
The Youth’s Instructor, November 30, 1899.
This devotional is taken from Ye Shall Receive Power by Ellen G. White.



Reacties