En terwijl zij de Heere dienden en vastten, zei de Heilige Geest: Zonder voor Mij zowel Barnabas als Saulus af voor het werk waartoe Ik hen geroepen heb.Toen vastten en baden zij, en nadat zij hun de handen opgelegd hadden, lieten zij hen gaan. Zij dan, uitgezonden door de Heilige Geest, vertrokken naar Seleucië en voeren vandaar naar Cyprus. Handelingen 13:2-4
We hebben nood aan de goddelijke aanwezigheid! Elke arbeider moet ernstig tot God bidden om gedoopt te worden met de Heilige Geest. Gelovigen moeten samenkomen om tot God te bidden en Hem te vragen om bijzondere hulp, om hemelse wijsheid, opdat het volk van God zou weten hoe ze plannen moeten maken en hoe ze die plannen kunnen uitvoeren. In het bijzonder zou men God moeten vragen om Zijn vertegenwoordigers uit te kiezen en om Zijn zendelingen met de Heilige Geest te dopen.
De discipelen waren tien dagen in gebed voor de zegen van Pinksteren kwam. Deze tijd was nodig om hen te doen begrijpen wat het betekent om doeltreffend te bidden, en steeds dichter bij God te komen, hun zonden te belijden, hun harten voor God te vernederen, en in geloof op Jezus te zien om zo veranderd te worden naar Zijn beeld. Wanneer de zegen kwam, werd de hele ruimte waar ze zich bevonden ermee gevuld; en met sterkte bekrachtigd gingen zij uit om doeltreffend werk te verrichten voor de Meester.
We zouden met dezelfde ernst voor de uitstorting van de Geest moeten bidden zoals ook de discipelen deden op de dag van Pinksteren. Indien zij toen de Geest nodig hadden, wij vandaag zoveel te meer. Morele duisternis, ligt als een doodskleed over de aarde. Allerhande valse leerstellingen, ketterijen, en satanisch bedrog misleiden de geest van de mens. Zonder de Geest en de kracht van God, zullen we tevergeefs werken in het brengen van de waarheid. We hebben de Geest nodig om ons te helpen in de strijd; "Want wij hebben de strijd niet tegen vlees en bloed, maar tegen de overheden, tegen de machten, tegen de wereldbeheersers van de duisternis van dit tijdperk, tegen de geestelijke machten van het kwaad in de hemelse gewesten." (Efeziërs 6:12).
Wij kunnen niet vallen zolang we op God hopen en in Hem vertrouwen. Laten wij allen, ook de predikers, zeggen zoals Paulus deed, "Ik loop daarom niet zonder duidelijk doel en ik vecht zó met de vuist dat ik niet maar wat in de lucht sla" (1 Korintiërs 9:26), maar met een heilig geloof en hoop, in de verwachting te prijs te behalen.
The Home Missionary, November 1, 1893.
This devotional is taken from Ye Shall Receive Power by Ellen G. White.



Reacties