Wie van deze drie is volgens u de naaste geworden van het slachtoffer van de rovers?’ De wetgeleerde zei: ‘De man die medelijden met hem heeft getoond.’ Toen zei Jezus tegen hem: ‘Doet u dan voortaan net zo.’ Lukas 10:36, 37
Het is onmogelijk dat het hart, waarin Christus leeft, verstoken blijft van liefde. Als wij God liefhebben, omdat Hij ons eerst heeft liefgehad, zullen wij allen, voor wie Christus is gestorven, ook liefhebben (1 Joh 4:7, 8). Wij kunnen niet met God in aanraking komen zonder in aanraking te komen met de mensen, want in Hem, die op de troon van het universum zit, zijn God-zijn en mens-zijn verenigd. Als wij met Christus verbonden zijn, zijn wij met de gulden schakels van de keten der liefde met onze medemensen verbonden. Dan zullen het medelijden en het medeleven van Christus in ons leven zichtbaar zijn. Wij zullen dan niet wachten tot de behoeftigen en de ongelukkigen bij ons worden gebracht. Wij zullen niet gedwongen moeten worden mee te voelen met het leed van anderen. Voor ons zal het even natuurlijk zijn te voorzien in de behoeften van armen en lijdenden als het voor Christus natuurlijk was om rond te gaan en goed te doen (Matt 4:23).
Waar een impuls is van liefde en medeleven, waar het hart verlangt anderen te zegenen en op te heffen, is het werk van Gods Heilige Geest openbaar. In de diepten van het heidendom zijn mensen die onbekend zijn met de geschreven wet van God, mensen die nooit de naam van Christus hebben gehoord, maar toch vriendelijk geweest voor zijn dienstknechten en hen hebben beschermd met gevaar voor hun eigen leven. Hun daden tonen het werk van een goddelijke macht.
De Heilige Geest heeft de genade van Christus geplant in het hart van de heiden en zijn medeleven wakker gemaakt, tegen zijn natuur in, in strijd met zijn opvoeding. Het licht, dat ieder mens verlicht, schijnt in zijn hart en dit licht zal, als hij er acht op slaat, zijn voeten leiden naar Gods koninkrijk.
Gods heerlijkheid bestaat uit het opheffen van de gevallenen en het vertroosten van de bedroefden. Waar Christus in de harten van de mensen woont, zal Hij op gelijke wijze geopenbaard worden. Waar deze heerlijkheid werkt, zal de godsdienst van Christus een zegen brengen. Waar deze heerlijkheid is, is licht.(Ex 34:6)
God maakt geen onderscheid in nationaliteit, ras of maatschappelijke groepering. Hij is de Schepper van alle mensen. Allen zijn door de schepping leden van één gezin en allen zijn één door de verlossing.
Christ’s Object Lessons, 384-386.
This devotional is taken from Ye Shall Receive Power by Ellen G. White.



Reacties