“Gij zult de naam van de HERE, uw God, niet ijdel gebruiken, want de HERE
zal niet onschuldig houden wie zijn naam ijdel gebruikt.”
We kunnen het hebben over vloeken en zweren. De Bijbel spreekt daarover
in duidelijke termen. Er bestaat echter een andere vorm van het oneerbiedig
gebruik van Gods naam waar minder aandacht voor bestaat.
In het verhaal van Job wordt er door Job en zijn vrienden allerhande
zaken over God gezegd.
God zwijgt tot ze uitgepraat zijn en richt Zich dan tot Job:
“Wie is het toch, die het raadsbesluit verduistert met woorden zonder
verstand? (38:2)
”Wil de bediller twisten met de Almachtige?
De aanklager van God antwoorde daarop! (39:35)
“Wilt gij zelfs mijn recht teniet doen,
Mij in het ongelijk stellen om zelf gelijk te hebben? (40:3)
Daarop antwoordde Job:
“Ik weet, dat Gij alles vermoogt, en dat geen uwer plannen wordt
verijdeld.
‘Wie is het toch, die het raadsbesluit omsluiert zonder verstand?’
Daarom: ik verkondigde, zonder inzicht, dingen, mij te wonderbaar en die ik
niet begreep.
‘Hoor nu, en Ik zal spreken; Ik wil u ondervragen, opdat gij Mij
onderricht’
Slechts van horen zeggen had ik van U vernomen, maar nu heeft mijn oog U
aanschouwd.
Daarom herroep ik en doe boete in stof en as. (42:2-6)
Wat met Job gebeurde was een ware ramp en in deze ellende worden dingen
over God gezegd die niet juist zijn.
Sommige mensen hebben die gewoonte voor de meest alledaagse zaken, ze gebruiken
God om van alles en nog wat te verklaren en goed te praten. Hun eigen toestand,
geluk en ongeluk in de kleinste zaken, de toestand van anderen,
hun geluk en ongeluk worden altijd op de een of andere manier aan God
toegeschreven. Het lijkt wel alsof ze hun verstand hebben uitgeschakeld en
niet meer kunnen denken in termen van oorzaak en gevolg.
De naam van God moet met de grootste eerbied en voorzichtigheid gebruikt worden
zodat we noch door onze woorden noch door onze daden Hem oneer aan doen. In de
meeste omstandigheden is het beter “in stilheid te wachten.”




Laatste reacties